Terug
Productgids milieu

Opslag van ontvlambare vloeistoffen in veiligheidskasten

-

Wettelijke basis en definities

De volgende definitie is van toepassing op de opslag van gevaarlijke stoffen:

Gevaarlijke stoffen worden op zodanige wijze bewaard of opgeslagen dat zij geen gevaar opleveren voor de menselijke gezondheid en het milieu. Misbruik of oneigenlijk gebruik moet worden voorkomen. De opslag van gevaarlijke stoffen in containers voor levensmiddelen is verboden. Opslag is het bewaren van gevaarlijke stoffen voor later gebruik en voor verspreiding onder anderen.

Het omvat het ter beschikking stellen, bijvoorbeeld voor vervoer of lossing, indien dit niet binnen 24 uur na het begin ervan of op de volgende werkdag gebeurt. Indien deze werkdag een zaterdag is, eindigt de periode aan het einde van de eerstvolgende werkdag.

Opslag in veiligheidskasten en maatregelen ter bescherming tegen explosiegevaar

De voordelen van het gebruik van veiligheidskasten van het type 90 volgens EN 14470-1 voor de opslag van ontvlambare vloeistoffen in werkruimten liggen voor de hand:

  • Voldoen aan de elementaire vereisten inzake brand- en explosiebeveiliging
  • Snelle, doeltreffende opslag van gevaarlijke stoffen in de veiligheidskasten na afloop van de werkzaamheden
  • Beperking van de onbeschermde opslag van gevaarlijke stoffen op de werkplek
  • Vermindering van het eigen vervoer van gevaarlijke stoffen en de daaraan verbonden risico's
  • Flexibiliteit van opslaglocaties
  • Opslagruimten kunnen doeltreffender worden gebruikt

Opmerking: De plaatsing van veiligheidskasten is ook mogelijk in gangen na overleg met de plaatselijke brandweer, indien de breedte van de vluchtweg hierdoor niet wordt beperkt.

Veiligheidskasten met en zonder technische ventilatie

Veiligheidskasten moeten altijd voorzien zijn van technische ventilatie. Dit kan op een van de volgende manieren worden gerealiseerd:

  • Aansluiting op een reeds bestaand ventilatiesysteem
  • Een aparte ventilator met overeenkomstig luchtkanaal
  • Een op de veiligheidskast geïnstalleerde ventilatie-opzetunit met overeenkomstig luchtkanaal
  • Een recirculatie-opzetunit volgens het absorptieprincipe

In deze gevallen is de Ex-zonering rond de kast niet vereist.

Recirculatie-opzetunit

Bij het gebruik van opzetunits voor recirculatieluchtfilters is uit praktijkproeven gebleken dat branden in de adsorptiefilters – zoals bekend uit grote industriële installaties – zich niet kunnen voordoen bij de bediening van veiligheidskasten, indien de opzetunit voor recirculatieluchtfilters op een veiligheidskast is voorzien van een continu werkende beveiligingsinrichting. Als het gebruik van technische ventilatie niet mogelijk is, kan een veiligheidskabinet ook zonder technische ventilatie worden gebruikt. In dat geval moet een zonering worden uitgevoerd.

Veiligheidskasten conform DIN EN 14470-1

DIN EN 14470-1 – De essentiële vereisten

Veiligheidseisen

  • Minimalisering van het brandrisico in samenhang met de opslag van brandbare stoffen en bescherming van de inhoud van de kast in geval van brand gedurende een bekend (getest) tijdsbestek.
  • Minimalisering van de in de werkomgeving afgegeven dampen.
  • Tegengaan van mogelijke lekkages in de kast.
  • Voor het eerst worden ook brandweerlieden als een expliciete beschermingsdoelstelling gedefinieerd. De norm vereist voldoende tijd voor het personeel om de werkruimte te verlaten en voldoende tijd voor de brandweer om het gebouw te betreden voordat een ongecontroleerde brand wordt veroorzaakt door de opgeslagen ontvlambare stoffen.


Brandbestendigheid

  • Test in een geschikte brandkamer als afzonderlijke, vrijstaande kast.
  • De volledige kast moet aan dezelfde warmte blootgesteld zijn.
  • Blootstelling aan vuur volgens de standaard temperatuurcurve van EN 1363-1 (5.1.1).
  • De temperatuurstijging wordt gemeten in de kast (13 meetpunten op de oppervlakken en de lucht).
  • De kast wordt daarna als type 15, 30, 60 of 90 geclassificeerd.


Deuren

  • Moeten vanuit elke stand volledig sluiten (sluittijd max. 20 seconden).
  • Ingebouwde vastzetsystemen moeten de deuren bij een temperatuur van 50 (+0/–10) °C vrijgeven.


Ventilatie

  • Luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen zijn verplicht.
  • De ventilatieopeningen moeten bij een temperatuur van 70 °C (±10 °C) automatisch sluiten.


Legborden en laden

  • De legborden en laden moeten de door de fabrikant opgegeven belasting kunnen dragen tijdens de duur van de brand.


Bodemopvangbak

  • De bodemopvangbak moet na de brandbestendigheidstest blijven functioneren.
  • Visuele controle (de bodemopvangbak vullen met water).


Mee te leveren informatie

  • Gebruiksaanwijzing met gegevens over de maximale belasting van de legborden of laden van de kast en over de inhoud van de bodemopvangbak, aanbevelingen voor controle en onderhoud, conformiteitsverklaring van de fabrikant of conformiteitsverklaringen van een geautoriseerde instantie voor het testen van materialen.


Classificatie en kenmerking

  • Advies: deuren na gebruik gesloten houden.
  • Waarschuwingssymbolen ’Caution: risk of fire’ en ’Fire: open light and smoking forbidden’ volgens ISO 3864.
  • De brandbestendigheid in minuten conform DIN EN 14470-1.
  • Naam en/of handelsmerk van de fabrikant.
  • Modelnummer en bouwjaar.
Onze topcategorieën uit dit handboek